vrijdag 25 december 2009

De toekomst van mister Motley

Het aantal reacties en steunbetuigingen aan mister Motley was overweldigend! En al die hartverwarmende berichten en oproepen hebben effect gehad: het Fonds voor Cultuurparticipatie heeft contact gezocht met mister Motley en er is nu een gesprek op gang gekomen. Met hun eerste aanbod konden we nog niet echt uit de voeten maar het gesprek wordt in Januari voortgezet. Wie weet is er een herstart mogelijk. Veel dank aan alle fans, het heeft mister Motley en mij enorm goed gedaan en gesteund. Het was fantastisch om zoveel waardering te krijgen van zoveel verschillende kanten. DANK!
Hanne Hagenaars, hoofdredacteur mister Motley

dinsdag 22 december 2009

Jacks bird of the day

These guys have been eating my corn for the last few weeks and
I always try and get e better picture each morning. These are
from this morningaround 9.30 am.

Jacks bird of the day.
My bird of the day is a female redwing blackbird...

Pelican Picture,
How does this look?

mondays eagle
this is him from this morning...

Todays Chickadee
Help! I need a much younger hand to feed these birds, this one looks like the 90 years old mans.

Ieder mens is diep in zijn hart jaloers op een vogeltje, om met zoveel gemak te kunnen vliegen, dat is het hoogst bereikbare. Mijn favoriet was altijd een roodborstje tot ik besefte dat mijn ambities best wel wat hoger mochten liggen dan een mus met een rood vlekje. Toch heb ik nog altijd een zwak voor dit aandoenlijke lieve pakje veren met een rood borstje. De lichtheid van een vogeltje, ook dat heeft mijn volle jaloezie, dat gehip en gefluit en gefladder.

Tijdens mijn lessen aan de Rietveld dit jaar kregen studenten de opdracht om een zine te maken (een snel gemaakte tijdschriftje, een stapeltje foto’s met nietjes erdoor kan al voldoende zijn) met familie als onderwerp. Catherine, een studente uit Amerika, toonde me een vel papier waarop zwarte vogeltjes in een stuipachtige formatie midden op het papier waren getekend. Catherine overdacht de rituelen van haar familie. In deze tekening herhaalde ze de dagelijkse routine van haar vader: vogels kijken en tellen. En toen liep het onderzoek al vast want voor haar moeder wist ze nog geen ritueel. Haar moeder houdt van tuinieren, schrijft voor science tijdschriften en verzamelt paddenstoelen en dat soort spul. Het gesprek kwam weer op haar vader. Die houdt van vogels. Vogels kijken, vogels tellen, vogels fotograferen. Catherine laat me op haar laptop een aantal van zijn foto’s zien. Haar vader stuurt haar bijna wekelijks een vogelfoto met een regel tekst erbij. ‘Thought you would enjoy these pictures. Taken this morning off our deck’. ‘These birds just showed up in the last few weeks. Pictures taken through the window so they are not so good’. ‘I took these this morning’.

Alsof hij de foto’s voor haar maakt. Hij mailt haar ook alleen beelden van trekvogels, de vogels die tijdelijk op bezoek zijn. Haar vader koopt speciaal brood voor de vogels en voert ze. Volgens hem komen de trekvogels nu eerder, gaan ook weer later weg! Nu zijn dochter tijdelijk in Nederland is lijken de foto’s een bewering of een verborgen hoop dat ook zij weer terugkomt, dat ze net als de trekvogels even op bezoek, is in Nederland. Zo communiceren ze, zonder woorden, via de beelden van vogels. Vader en dochter.

Haar vader Jack Doyle woont ergens in Oregon, aan de kust. Na zijn pensioen, is hij vogels gaan fotograferen en nu is hij zelfs voorzitter van de Birdassociation. Jack’s bird of the day, stond er onder een vogelplaatje. En dat werd haar zine: simpelweg de foto’s van haar vader met het regeltje tekst samengebonden met een schroefje. Het portret van haar vader kreeg de titel 'Jack’s bird of the day'. Tijdens de les werkt Catherine hard aan haar zine en eenmaal zie ik haar met een stukje van haar mouw een traan wegvegen. He is such a sweet man, such a giving person.

Catherine laat een filmpje zien van haar vader die de vogels voert, ze zitten op zijn hand, ze fladderen om hem heen.

He names me his bird, zegt Catherine.

dinsdag 15 december 2009

'Mille e Tre' en de betovering van lijsten






De betovering van lijsten: ‘Mille e Tre’ in het Louvre te Parijs.

In zijn boek De betovering van lijsten vat Umberto Eco het thema van opsommingen ruim op. Visuele opsommingen horen er voor hem ook bij, zoals  schilderijen met een grote hoeveelheid voorwerpen en zelfs bloemstillevens.  Rondom een hoefijzervormige tafel ten huize van de familie Nanni in 1755, zitten geparfumeerde en bepruikte mensen, Eco presenteert het schilderij als soort gastenlijst. ‘De marteldood van tienduizend christenen’ van Albrecht Durer (1508) is een visuele opsomming van mogelijkheden. Ik had me er erg op verheugd om de prachtige selectie werken in het echt te zien.Helaas, geen schilderijen in ‘Mille e Tre’ in het Louvre. De tentoonstelling was piepklein en willekeurig. Gelukkig blijven lijstjes ook dan betoveren.

Meestal worden lijstjes gemaakt in een poging om de wereld te begrijpen door te noteren en te ordenen: door op te schrijven wat je ziet wordt het kijken intenser. Ik hou vooral van de illusie die een lijstje je geeft: het idée dat je de boel onder controle hebt. De wereld laat zich immers niet dwingen in een systeem, altijd ontsnappen er dingen, altijd is de opsomming maar een hapje uit het grotere geheel dat voor een mens niet te bevatten is. Kunstenaars maken hun eigen opsommingen, los van de logica. Vreemde onmogelijke lijstjes spotten in feite met die hang naar orde en wil van de mens om te begrijpen en te heersen. ‘Lukt lekker toch niet’, roepen die lijstjes. Zoals de tekening van Louise Bourgeois op de expositie Mille e Tre in het Louvre te Parijs. Als een strafwerkoefening  schrijft ze met een rood potlood drieduizend maal t’aime op, is dat genoeg liefde, of is het een ietsje te veel? De liefde: lukt toch niet!! Lukt toch niet!

De agenda van Gabriel Orozco overtreft die van mij, bomvol krabbels, doorgestreepte afspraken, namen en telefoonnummers, een pareltje van chaos. De pagina uit de harmonica agenda is als ster neergezet, geen ster die de weg wijst, geen agenda die je op weg helpt. Geruststellen, na een blik op deze agenda in de ochtend kun je niets anders doen dan besluiten om maar een stukje te gaan fietsen. De sterren blijven toch wel aan de hemel staan. 

Hanne Hagenaars, hoofdredacteur mister Motley

Exposition 
Du 7 novembre au 8 février 2010
Mille e tre
Salle 33, arts graphiques, aile Denon 
A l’occasion de l’invitation faite à Umberto Eco sur le thème du Vertige de la Liste, le  musée du Louvre présente une exposition d’œuvres graphiques, anciennes et contemporaines.

zondag 13 december 2009

De betovering van lijsten, Umberto Eco








In 1999 schreef ik voor Metropolis M het artikel ‘Lijstjes als toverformules’*, over mijn fascinatie voor opsommingen: boodschappenlijstjes, de droge notities van de conceptuele kunst, lijstjes met ‘to do’, het rijtje met ‘wat mieren lekker vinden’ van mijn zoon, boeken die je nog wilt lezen of echt moet lezen en nog veel meer. Dus toen ik in de boekwinkel ‘De betovering van lijsten’ van Umberto Eco zag liggen kocht ik het onmiddellijk. Ik ontdekte dat het boek verbonden was met het thema van opsommingen waarmee Eco zich een jaar lang in het Louvre bezig houdt (Vertige de la Liste). Dus hup in de auto op weg naar Parijs. Vlak voor we de stad binnenreden belde een vriend me op met een vraag over de bierpullen voor ons Tiroler thema diner.  Toen hij hoorde waar ik was en waarom, lachte hij meelevend en vertelde over een staking van de suppoosten in Parijs: het Louvre was dicht. Wat dan?, ‘s morgens naar de vlooienmarkt en ‘s middags galeries kijken en rondlopen. 

Dwalend door de stad werden stonden we opeens oog in oog met een soort wandelend lijstje: mensen droegen gele houten borden met daarop namen van allerlei ziekten. In een lange stoet met clowns, muziek en ballonnen trok een onafzienbare hoeveelheid onbekende aandoeningen voorbij. De tocht wilde aandacht vragen voor de ‘Maladies Rares’, de zeldzame ziekten. In Frankrijk wordt een ziekte als ‘rare’ beschouwd als maximum 1 op de 20.000 inwoners deze ziekte heeft. Voor een ziekte die slechts een handjevol mensen treft wordt niet zo snel een groots onderzoek opgezet, dus is er voor deze mensen minder aandacht en minder vooruitgang. Ik was verbijsterd door de lengte van de optocht, de hoeveelheid zeldzame ziekten. Maar zelfs bij dit droevige onderwerp werkte de betovering van een reeks woorden: ieder rijtje geeft zicht op het oneindige, als hap uit het grote geheel. Sommige ziekten hadden prachtige namen, als kleine dichtregels: een woord kan een  hele wereld oproepen die mooier is dan de realiteit. Bij Maladi des Yeux des Poisson, wat een verrukkelijke naam, zie ik geen koude vissenogen voor me maar eerder een mooi gezichtje met ietwat scheve bruine ogen. De realiteit van de ziekte geeft vast een ander beeld, op internet kwam ik alleen een vervormde voet in een open sandaal tegen. Het was geen Breugheliaanse stoet die voorbijtrok, allemaal vrolijke mensen aan wie niets bijzonders te zien was, af en toe een rolstoel. Steeds vroeg ik me af of de persoon die het bord droeg ook die ziekte had, of misschien meeliep voor een ander. Nooit eerder had ik een bewegende lijst woorden gezien. Deze opsomming was minstens even ontroerend als de lijstjes woorden van Perec. Mijn fascinatie voor lijstjes begon met het lezen van de boeken van Georges Perec. In Espece d’Espace (Ruimten Rondom) noteert hij een rijtje woorden om een verhuizing weer te geven. En het mooie van zo’n rijtje is dat je de beelden er zelf bij verzint. In het geval van Perec  had  ik het idee dat het observeren en droog noteren te maken had met zijn achtergrond  als Joods kind wiens  ouders waren weggevoerd in de oorlog. Het was alsof hij daarna de wereld liever op een afstandje bekeek dan dat hij eraan deelnam. Hij maakt een opsomming van alle bedden waarin hij ooit heeft geslapen, een zeer precieze beschrijving van de straat waar hij ooit als kind woonde. Van alle voorwerpen die op zijn bureau staan. En al die droge lijstjes ontroeren meer dan  een smeuïge beschrijving. Het heeft iets van een terugtrekkende beweging,  de emotie bonkt tegen de woorden aan. De verbeelding krijgt vrij spel, en zorgt voor een verbintenis tussen jou en de rij woorden, juist omdat het zo open is oningevuld.

Maladie Mitochondriales

Syndrome d’Alport

Syndrome de Schinze;

Schwannome malin

Kearns-Sayre syndrome

Sclerose Tubereuse de Bourneville

Anemie de Blackfan_Diamond

Maladie de Strumpell-Lorrain.

Maladie des yeux des Poisson

Maladie de Wagner

Syndrome de Kabuki

Kerion de Celse

Syndrome de Kenny

Oto facio

Maladie d’ Ollier

Exstrophie du Cloaque

Gelukkig gingen op zondag de deuren van het Louvre voor een dag open. De rij van meer dan twee uur wachten kon ik omzeilen met mijn perspas. In een propvol Louvre bezocht ik de kleine expositie ‘Mille e Tre’, een titel die refereert aan opschepperij van Don Juan over de hoeveelheid meisjes die hij in Spanje had verleid.

Morgen meer over de tentoonstelling.

(*Metropolis M, nummer 6 1998-1999)

Hanne Hagenaars, hoofdredacteur van mister Motley

 

vrijdag 11 december 2009

mister Motley levend begraven

Even wat anders: in het NRC handelsblad van 10 december staat het bericht dat mister Motley genoodzaakt is om zijn activiteiten te stoppen. Hier mijn brief aan jan Jaap knol, de directeur van het Fonds voor Cultuurparticipatie die beslist over de subsidie van Mister Motley.

Geachte meneer Knol,

Arme mister Motley, levend begraven. Terwijl het blad groeit en bloeit wordt het nu in feite de nek omgedraaid. Het is jammer dat het Fonds voor Cultuurparticipatie en mister Motley elkaar niet hebben kunnen vinden. In gesprek komen met de directeur van het fonds  is ons in ieder geval nooit gelukt, ondanks diverse pogingen van onze kant. En als de inhoud van ons tijdschrift niet aansluit bij het doel van uw Fonds,  zoals u beweert in de NRC van 10 december, waarom heeft u dat dan niet aangegeven in het antwoord op onze vorige subsidieaanvraag? Misschien hadden we dan samen met de Mondriaan Stichting tot een oplossing kunnen komen.

Ik heb altijd gedacht dat het Fonds voor Cultuurparticipatie in het leven was geroepen om een groot publiek te enthousiasmeren voor de kunst. En dat doet mister Motley als geen ander. Mister Motley richt zich op een jonge doelgroep, zo ongeveer van 16 tot 35 jaar. De pijlers van Motley zijn de toegankelijkheid, de eigen toon van de teksten en dat we het blad maken vanuit passie voor beeldende kunst en niet vanuit een doelgroepenonderzoek. We willen de lezer namelijk graag iets bieden dat hij nog niet kent en kennis laten maken met bijzondere werken uit de hedendaagse kunst. Wij doen dit door de Motley’s te verbinden met thema’s uit het dagelijks leven.

De hedendaagse kunst geeft vaak een onverwachte draai aan de bekende wereld  en opent zo een nieuwe horizon. Juist het bijzondere, afstotende, ontregelende en ongrijpbare in de kunst intrigeert  jongeren. Het zet  aan tot denken over wie je bent en over de uitgangspunten voor je eigen leven. Kunst laat individualiteit zien en is om die reden van belang voor jongeren. Mister Motley  wordt vanuit deze opvatting gemaakt. En ik ben er van overtuigd dat iedereen die in zijn vrije tijd kunst maakt baat heeft bij deze handreiking vanuit het professionele veld. Motley inspireert en brengt mensen op nieuwe gedachten.

Dat we jongeren bereiken is algemeen bekend. We hebben daar jaren aan gewerkt middels Motleyfeesten, deelname aan Lowlands en Kunst-Kennisdagen. Motley wordt gebruikt op kunstacademies, middelbare scholen en op docentenopleidingen beeldende kunst. Uit een enquête blijkt dat het leeuwendeel van de lezers van mister Motley geen ander kunsttijdschrift leest naast mister Motley. Het lukt ons dus ook om mensen buiten het professionele werkveld te bereiken. In uw beleidsnota las ik dat een van de aandachtspunten is om het amateurveld en het professionele veld dichter bij elkaar te brengen middels ‘Het beste van twee werelden’. Dat spreekt mij zeer aan. Graag bereiken  we nog meer lezers en ons plan was om jonge creatieve mensen weer op nieuwe manieren te benaderen. Daartoe hebben wij de website Motley Manual opgestart, een weblog begonnen en een nummer over (Volks)kunst gemaakt.

Veel van de waardering voor mister Motley wordt niet geënquêteerd en valt buiten ons gezichtsveld. Het komt mij soms bij toeval ter ore. Zo kreeg ik op 27 november een sms: ‘Hoi Hanne, ik koop de MM los bij de AKO. De verkoper ongevraagd: het leukste blaadje dat we hebben! En wordt het veel verkocht? We hebben het nu pas een jaar maar het gaat heel goed.’ Of de kunstenaar Constant Dullaert die blij was met de tekst over zijn werk in de mister Motley: ‘want nu begrijpt mijn moeder eindelijk waar ik mee bezig ben’. Het grootse compliment in mijn Motleyloopbaan was dat iemand me vertelde dat het nummer ‘Rondom de dood’ zoveel voor haar had betekend na het overlijden van een goede vriend. Die kracht heeft beeldende kunst!

Ik geloof in de kracht van mister Motley en in het belang van onze benadering in een tijd die zich kenmerkt door doelgroepenonderzoeken en vervlakking. Mister Motley is uniek.

Wrang is het dat tegenover de inspanningen van mister Motley staat dat het Fonds voor Cultuurparticipatie zijn zaken nog steeds niet op orde heeft. ‘Het beste van twee werelden’ over de aansluiting van amateurkunst en professionele kunst, is nog steeds niet actief en kent nog geen commissie. Wij konden onze aanvraag niet bij deze commissie voorleggen. Educatie is, met regels en al, overgenomen van de Mondriaan Stichting en is niet ingericht op de ondersteuning van tijdschriften. Gelukkig heeft een directeur altijd de mogelijkheid om over de muren van zijn eigen commissies heen te beslissen. Jammer dat u van deze mogelijkheid geen gebruik maakt maar zich er juist achter verschuilt.

Uw opmerking in het NRC Handelsblad dat mister Motley laat was met zijn aanvraag is wel een De-Pot-Verwijt-De-Ketel argument. Over ‘laat’ gesproken, pas in maart 2009 kreeg mister Motley van het Fonds voor Cultuurparticipatie de subsidie voor 2009 toegekend, ondanks het feit dat wij ruim op tijd waren met de aanvraag! Maandenlang heb ik onze organisatie zonder geld draaiende moeten houden. Destijds wilde u wachten op de beslissing van een commissie. Dit jaar echter wordt er vooruitlopend op de beslissing van een commissie al aangegeven dat we zo’n vijf procent kans hebben op een positieve uitslag. Geen kans dus. Nihil. Mister Motley kan daardoor niet anders dan stoppen met zijn activiteiten. Als het vooruitzicht nihil is, dan is het financieel onverantwoord om door te gaan.

Het Motleykantoor is inmiddels ontruimd, er wordt geen nieuw nummer meer gemaakt, er worden geen advertenties meer geworven. Het niet verschijnen van een nummer is een harde dobber in tijdschriftenland. Wat een geldverspilling om jaren van opbouw en investeringen weer teniet te doen.

Hanne Hagenaars, hoofdredacteur mister Motley

De blogspot blijft bestaan: zondag publiceer ik over Lijstjes en opsommingen naar aanleiding van de tentoonstelling van Umberto Eco in het Louvre in Parijs

donderdag 3 december 2009

Jan Rothuizen De zachte atlas van Amsterdam

detail uit 'Vondelpark'
detail uit 'Dodehoekongeval'

detail uit 'Verzorgingsruimte'


detail uit 'Dag der kleine dingen'


detail uit 'Familiewoning'

Buiten striemt de regen tegen het raam, mij maakt het niet uit want ik zit de hele dag binnen, op bed half onder een deken en ben niet van plan om eruit te komen. Ik breng de dag door met De zachte atlas van Amsterdam van Jan Rothuizen. Met grote blauwe letters is de titel op de cover getekend maar wat mij betreft heeft het niet zoveel van doen met een atlas, ook al brengt Jan allerlei plekken van Amsterdam in kaart. Ik begin met de ‘dag der kleine dingen’, want daar lijken bijna al mijn dagen sprekend op. Veel vaker gaat het in foto’s en verhalen over de dagen der grote dingen, een trouwdag, een diploma uitreiking, dierendag, en de eeuwige verjaardagen (brrr). Maar dat kleine is belangrijker.

Er is een lijn op het witte papier getrokken die de route aangeeft van de hoofdpersoon Jan, daaromheen zijn de hoogtepunten van die dag getekend en zo volgen we een dag uit het leven van Jan. Dat hij naar de tandarts gaat, kokoskoeken koopt, een kokoskoek weggeeft  en bij een vriend op bezoek gaat. Dat is fijn om te lezen, geruststellend, een dag van een kunstenaar is even gewoon als die van ons. Maar toch ook weer niet, want hij heeft al die gebeurtenissen opgetekend langs een lijn.

De verzorgingsruimte, hier worden dode mensen naar toe gebracht en opgelapt zodat ze er weer netjes uitzien voor de levenden. Jan tekent de kamer met een paar kastjes en wat attributen schrijft het papier verder vol met wat er allemaal te zien is. En tekent een paar benen (zijn van mij! Heb ik hier neergelegd voor het dramatisch effect, schrijft hij). Hoe ruikt de dood? Ook dat staat erin.

Voor mij is deze atlas eerder een documentaire, het neemt je steeds mee op een reis van een dag, je zit Jan Rothuizen op z’n hielen, als een dief, als een zwaan kleef aan ga je mee met hem en zijn gasten, Een documentaire in steekwoorden, niet te veel ingevuld, zonder mening, zonder oordeel, vol kleine observaties in woorden en tekeningen.

Een beetje jaloers ben ik wel. Op het leven van Jan, die door alles zo mooi op te schrijven en te tekenen de kleine dingen weer bijzonder maakt. In het boek van Umberto Eco (De betovering van lijsten) lees ik over doelmatige lijsten (opsommingen) die je kunt lezen als een poëtische tekst. In de Zachte Atlas gebeurt een soortgelijk wonder, iedere tekening bevat een grote hoeveelheid, vrij droge, kleine observaties die lezen als een gedicht. ‘Veel schrijvers zijn dol op lijsten met boeken, en het is bekend dat bibliofielen de catalogi van antiquaren beschouwen als een soort Luilekkerland en aan het lezen evenveel plezier beleven als de lezers van Jules Verne aan diens boeken, waarin ze oceanen exploreren en griezelige zeemonsters ontmoeten’, schrijft Eco. Als gewoon mens ben ik dus dol op deze opsommingen van een bijzonder mens, de kunstenaar Jan. Ik leen even zijn ogen. Ik leen even zijn leven. En ik maak mee: een dodehoekongeval, een rijexamen, een handlezing, ik wandel mee met Job Cohen en loop door naar het dierenasiel, de drugsverstrekkingsbalie, het Anne Frankhuis (nog nooit geweest!) en jongensinternaat ‘Ekmel’ en eindig voor vandaag in het Vondelpark. Daar blijf ik voorlopig zitten.

Jan Rothuizen, De zachte Atlas van Amsterdam, uitgeverij Nieuw Amsterdam, dec. 2009

Hanne Hagenaars (hoofdredacteur mister Motley)

donderdag 26 november 2009

Said Atabekov 'Lonely at the top' Mukha





Aan de randen van Europa liggen landen waar we nog weinig naar toe reizen. Zoals Kazakhstan. Ook ik had nog nooit gehoord van hun beroemdste schrijver Abai Kunanbaev  die het ‘Boek van de Woorden’ schreef; wat een prachtige titel. Ik heb geen beeld van het landschap daar, in dit land dat qua grootte  het negende van de wereld is, groter dan heel West Europa. Of Oezbekistan, een  islamitisch land dat pas sinds 1991 onafhankelijk is. Een arm land dat vervuild is door het gebruik van te veel chemicaliën bij het verbouwen van katoen tijdens de Sovjettijd. Sinds mijn laatste bezoek aan het MKHA in Antwerpen heb ik besloten dat deze landen mijn volgende reisdoel zijn. Onder de naam ‘Lonely at the top’ toont het museum op de bovenste verdieping werken uit landen waar we ‘weinig zicht op hebben’. Ze werken hierin samen met de Russische criticus Viktor Misiano die als eerste voor deze reeks de  Oezbeekse kunstenaar Said Atabekov koos. En wat een wereld verschijnt daar: zwart wit foto’s waarop een wir war van paarden en mensen eerder filmbeelden lijken dan de werkelijkheid van een markt in dit onbekende land. Een vurig paard met een felblauw met zwart kleed en zijn  ruiter  staan in een kale oneindige steppe maar doet ook denken aan ridder Floris, bekend en onbekend tegelijk. De foto is onderdeel van de serie Way to Rome, die verwijst  naar de reis die Marco Polo maakte over Azië naar China en weer terug naar Rome. Iedere scene is bedacht en geënsceneerd in de Kazakhstaanse werkelijkheid, en is symbolisch voor de ontmoeting tussen Oost en West.

Als referentiepunt voor zijn keuze nam de curator Misiano het werk van de eerste Russische conceptualist Dmity Prigov die in de Sovjettijd zijn werk in illegaliteit maakte. Zo komt hij uit bij kunstenaars die nadenken over hun land, de wereld en de kunst.

Op dit moment is de tweede kunstenaar alweer aan de beurt, een duo dit keer: Yelena Vorobyeva en Viktor Vorobyev, woonachtig in Almaty, Kazakstan. Ik herinner me nog hun fotoserie van de Biënnale van Venetië. Reizend door het zuiden van hun land viel het ze op dat de rode Sovjet vlag op een oud administratief gebouw blauw was geschilderd. Blauw is een geliefde kleur in Kazakhstan, met name de groenblauwe kleur die ‘kok’ heet, dat weer ‘hemel’ betekent. Kok is veruit de meest verkochte verf in het land en van alles wordt met deze kleur weer fris gemaakt. Misschien als vreugde over de onafhankelijkheid want de kleur van hun vlag is ook kok-blauw. Het duo maakte een serie foto’s van het land waarin het blauw totaal overheerst.

There is a feeling that you are living within a project, and that the Steppe is a huge expositional field that demonstrates a set of artifacts. The cultural strata, which have been accumulated here during the time of their development by man, are specifically perceived in this vein. Materialized in the “blue dream” of “eternal spring,” the color blue has spread throughout the territory of Kazakhstan, adding some optimistic luster to the dim nature of our steppe.’ Zo schrijven ze op hun website.

Nu tonen ze een installatie met een grote verzameling spullen eveneens gebaseerd op socio-coloristische’ verhoudingen.

 


woensdag 18 november 2009

Kapel van het niets, Thierry de Cordier







Kapel van het niets, Thierry de Cordier

De kapel van het niets van Thierry de Cordier

In de auto op weg naar de kapel van het Niets schijnt de zon recht in mijn ogen. Omdat ik mijn zonnebril ben vergeten op deze koude regenachtige herfstdag moet ik dit ongemak maar voor lief nemen. Gelukkig zit ik op de stoel naast de bestuurder en sluit  in de warmte van de zon mijn ogen. Weg doezelend en met het grijs van niets zien voor ogen dwalen mijn gedachten naar de opera De Overwinning op de Zon (1913). Malevich ontwierp de decors en kostuums voor dit spektakel waarin de mens in een soort ultieme hoogmoed en dadendrang de zon naar haar graf draagt en haar in de aarde laat zakken om zo een nieuwe lichte wereld te scheppen. Ik ben op weg naar Duffel.

In Duffel, iets beneden Antwerpen heeft Thierry de Cordier een kapel gebouwd op het terrein van het psychiatrisch centrum Sint-Norbertushuis, een groot complex met verschillende voorzieningen en een ziekenhuis. Men wilde een stilteruimte waar de patiënten zich konden terugtrekken.  We parkeren de auto en aan de rand van het terrein schemert de zwarte kapel al tussen de  half kale bomen door. Het is een strenge zwarte doos van beton dat met doek is overspannen en ingesmeerd met bitumen. De deur is amper zichtbaar. Inmiddels is het buiten grauw en donker geworden maar toch is het binnen in de kapel licht. Tegenover een kale betonnen bank bevindt zich een witte muur van wel 10 meter hoog die het licht naar binnen reflecteert. Deze muur steekt boven de zwarte doos uit. Voor deze muur is een stuk van het dak opengelaten en door deze rechthoekige open verbinding met de buitenlucht valt regen naar binnen en dwarrelen  bladeren omlaag. Op de grond liggen dan ook plassen water en de muren zijn aan weerszijden groen uitgeslagen. De hoge muur is wit, echt helder wit. Het ruikt naar kruit, de afgeschoten vuurpijl staat nog op de betonnen bank. De architectuur doet eigenlijk niets anders dan een stukje van de wereld afscheiden om dat stukje heel goed te kunnen bekijken, zonder dat je wordt afgeleid door een teveel aan indrukken, beperkt, intens.

Een soort black box voor het menselijk brein waarin de oplossing verborgen zit. Als je hersenen overuren maken, je gedachten rondjes draaien tot je gek wordt, hoe zet je dat gek geworden mechanisme weer stil? Of dat je hoofd zo is vertraagd dat de gedachten niet meer willen opstarten en je gedachten in een vreemd wezenloze leegte dwalen. Hoe weer op te starten? De grote witte muur van het niets is altijd wit, wijst omhoog naar het grote niets, naar de wereld of juist het niet wereldse. Daar zit je dan als mens ongemakkelijk tegenover op een betonnen bank. Stil. Een kale ruimte waarin alles stilvalt.

‘Zon, je hebt passie gebaard, en je hebt met ontstoken straal gebrand. We zullen je met een stoffige deken bedekken, we zullen je opsluiten in een betonnen huis.’ roept de mens in de overwinning van de zon. In de kapel van Cordier wordt de zon niet opgesloten maar binnengehaald en het is de zon, haar licht, die overwint, die alles laat zien. En dat is genoeg. Het licht laat je tussen deze muren als een vergrootglas kijken. Tegenover de grootheidswaanzin van de mens neemt het besef van nietigheid naast je plaats op de bank. Kijkend naar het licht, het mossige groen en de plassen water besef je dat dit is wat er is. De kapel is een ruimte die zijn adem inhoudt en daarna zachtjes uitblaast, als een ademhalingsoefening.

Voor de witte muur staat een vierkante zwarte paal, als de mens, de houten paal is bekleed met een doek waarin kleine reparaties zichtbaar zijn, vanaf de kop valt een strip losjes naar beneden, je weet niet of dat hoort of niet.

Gevraagd naar zijn visie op de wereld antwoordt de Cordier (in het boek de Wijnjaren) ‘Zonder betekenis, als een wrat op een vinger. Stel je een lichaam voor.  Dat lichaam heeft een hand met een vinger waar zich, door louter toeval, een wrat bevindt. Het lichaam vertegenwoordigt, in mijn symboliek, het alles. De hand met vinger is dan de wereld en de wrat is de mensheid. Dat wil zeggen dat de wrat, de mensheid, leeft van deze vinger aan de hand van het grote lichaam. De wrat is dus een parasiet, een kleine ziekte, een anomalie. En of die wrat nu wel of niet akkoord gaat, dat verandert niets voor het grote lichaam. Het grote lichaam lijdt niet. Het voelt hooguit jeuk of gekietel. Met als gevolg dat die wrat er simpel  gewoonweg is, die heeft geen betekenis. En op een dag verdwijnt ze, even geluidloos als ze is gekomen. Het enige probleem dat zich voordoet tijdens zijn miserabele bestaan is dat de wrat het grote lichaam beschadigt.  Maar slechts een heel klein beetje.’

Het is wonderlijk ruimdenkend dat een Christelijke instelling een kapel met zo’n nihilistische  naam als de Kapel van het Niets op zijn terrein laat bouwen. Een wit Mariabeeld  staat op een sokkel tegenover de deur alsof ze iedere keer dat de deur opengaat even verwonderd naar binnen kijkt. Alsof ze bescheiden een pas op de plaats maakt. Zou deze ruimte dan wel soulaas bieden waar het geloof het niet voor elkaar kreeg?  Als we dan toch een kietel zijn in het grote geheel dan krijgen alle zorgen een ander perspectief.

Vanuit de stilte, vanuit het niets,  is het makkelijker om los te laten.

De kapel van het Niets wordt wel eens vergeleken met Het Zwarte Vierkant van Malevich, dat de grens vormt van het tastbare naar het immateriële, het Zwarte Vierkant zet de ervaring open naar een nieuwe wereld, naar ‘Gods aangezicht’ of het nieuwe begin waar alles weer mogelijk is. Maar misschien is de kapel nog meer verwant met een omfloerst kleurvlak van Mark Rothko die zijn schilderijen het liefst in een kapel wilde laten zien. In de begrenzing van het kleurvlak opent de wereld zich als een onzichtbare kracht, de wereld van een god die slechts als leegte aanwezig is.

Hanne Hagenaars, hoofdredacteur mister Motley

zondag 8 november 2009

Club Mama Gemütlich van Christiaan Bastiaans






Club Mama Gemütlich van Christiaan Bastiaans, Een expositie als een verstilde implosie

Op de avond van de millenniumwisseling vraagt de interviewer aan hoogleraar Nico Frijda wat volgens hem de emotie van de 20e eeuw is, en Frijda noemt zonder aarzeling de impuls tot destructie, met als vanzelfsprekend daaraan vastgeplakt het verdriet. Met champagne werd dus ook het bloed van de afgelopen honderd jaar weggespoeld. Veel van dat  geweld, met name in Afrika, vond plaats onder minimale aandacht van de rest van de wereld en dat zijn precies de gebieden waar Christiaan Bastiaans veelvuldig naar toe is gereisd met als doel de betrokkenen te ontmoeten, daders en slachtoffers, om zo het onmogelijke te begrijpen.  Als kunstenaar maakt hij de gevolgen van het geweld tot kern van zijn werk. Zijn fantastische expositie Club Mama Gemütlich is een samenvatting van twintig jaar werk, met tekeningen,  sculpturen (de verschijningen) en een  film (onder dezelfde titel) waarin Jeanne Moreau de hoofdrol speelt.

‘Als je dan ziet hoe deze mensen toch weer doorgaan, de moed hebben om verder te leven, dan moet je daar zelf ook iets tegenover stellen’, verklaarde Bastiaans zijn werk. In Club Mama Gemütlich overheerst de stilte, als het enig mogelijke antwoord van de kunst op al dat geweld, een stilte waarin je als individu beseft dat kunst zich onttrekt aan meningen en discussies, een stilte van meevoelen en empathie. De naam Club Mama Gemütlich, als plek van troost, heeft zijn oorsprong in de bars in Japan waar de barvrouw een speciale opvangfunctie heeft, daar kan de ‘salaryman’ z’n verhaal kwijt en de barvrouw luistert. De vreemde naam levert een ongemakkelijk ‘veilig’ op en de woorden in verschillende talen leveren ook een plek van vele nationaliteiten op.

Tegenover de explosie van geweld staat Christiaan als kunstenaar, alleen, luisterend, kijkend en hij doet verslag. Zoals in de tekening waarin een strijder van het rebellenleger een geitenbout op zijn hoofd heeft gebonden waar de vliegen omheen zoemen. Door het agressieve onberekenbare gedrag van de soldaten kon Bastiaans onmogelijk een foto maken maar ‘s avonds maakte hij de tekening van deze bizarre scene, die nu op de expositie te zien is, te midden van al die andere aangrijpende situaties. Een stille reporter, zonder oordeel, meevoelend.

Het is alsof Bastiaans het geweld in evenwicht wil brengen door het te omringen met stilte, een intense stilte die reflecteert op het gebeurde. In tekeningen wordt het realisme van de foto’s weggetekend, alles is onderhuids, verstild. Schrijnend. Bastiaans vergeleek zijn expositie met die van Folkert de Jong, op dit moment te zien in Groningen, als het Kabuki theater tegenover het Noh theater, het een richt zich met kracht naar buiten terwijl het Noh theater meer naar binnen gaat.

Club Mama Gemütlich is een project dat tegen grenzen duwt, gevaarlijk, want schoonheid vinden in de ellende van anderen is op het randje van acceptabel. Maar de schoonheid in het werk van Bastiaans poetst niets weg, maakt niet soepel wat alleen maar schor en stroef is, maar maakt het mogelijk om er naar te kijken.

In de film die in het midden van de tentoonstelling wordt getoond in een groene legertent speelt Jeanne Moreau de rol van La Vivre. Ze draagt een statige jurk van glanzende witte stof waarin slogans van de hulpverleningsorganisaties  zijn geweven, wit in wit alsof de woorden erin zijn geblazen. De stof is door Bastiaans bedacht, de jurk is een ontwerp is van Corné Gabriel. Aanvankelijk zou de jurk een kap krijgen, maar dat veranderde richting vlinder, dat werd te ingewikkeld en nu heeft de jurk een hoge rondlopende kraag als een strik. Een vreemd feestelijke jurk in een nachtclub die geen nachtclub is, al hangen er in één scene gekleurde lichtjes, een onbestemde pleisterplaats.

De film wordt gedragen door stilte. De 7 scènes zijn bevroren in hun beweging, tableaux vivants waar de camera langs glijdt, begeleid door stemmen die klinken als de mantra’s van mediterende monniken: reeksen woorden, ritmisch benoemend en bezwerend.

Niemand kan de stilte beter acteren dan Jeanne Moreau. Manon de Boer schreef over haar rol in La Notte van Antonioni: her silent face occupies a space between the viewer and the story unfolding around her that reminds me of the blank white spaces between paragraphs in the books of Marguerite Duras, a space or silent that speaks. Het is bekend dat Moreau en hekel heeft aan method acting, haar spel ontstaat vanuit het moment van concentratie. In Club Mama Gemütlich communiceert ze in de gebarentaal van de doven, ze maakt heel langzaam en bedachtzaam de precieze gebaren. In opperste concentratie. Christiaan Bastiaans leerde eerst zelf de gebarentaal om het vervolgens Jeanne Moreau te kunnen voordoen, iedere avond in een hotel nabij de set.

‘Haar ingehouden kracht.. Ze heeft niet zoveel nodig, ze begreep meteen als ik iets wilde, verstild met op het laatst meer dramatiek, ze gaat uit van hoe de regisseur het wil.’

Het is niet nodig om de gebaren precies te kunnen lezen, evenmin als het mogelijk is om de reikwijdte van de woorden te kunnen begrijpen. De betovering werkt, en je wordt meegevoerd naar die onbekende plek waar maskers emoties verbergen, waar de tijd is stilgezet zodat de beelden zich kunnen vastzetten in je geheugen. Bezwerende teksten, een helend ritueel.

De eerste beelden van de film tonen witte geweven stof als dik verbandgaas met daarover heen in een streep de woorden; Virus burnt a hole in time. Alsof geweld een ziekte is die valt te genezen. Yoshi Oida doet de stem van Cyto Kine, een cytokine is een proteine die een rol speelt in de immuunafweer.Rutger Hauer is Molecular Scarlet. Onder de huid begint de genezing, La Vivre troost met gebaren. 

Um nur noch zu leben.

Hanne Hagenaars, hoofdredacteur mister Motley

 

 

zondag 1 november 2009

In gesprek met Jeanne Moreau over Club Mama Gemutlich van Christiaan Bastiaans






In gesprek met Jeanne Moreau over Club Mama Gemutlich van Christiaan Bastiaans: I was just obedient.

Tegenover me aan tafel zit Miss Moreau, zoals ze graag wordt aangesproken, ze verontschuldigt zich dat ik heb moeten wachten, en ze legt uit dat ze niet zozeer moe is maar dat ieder persoon met wie ze in gesprek gaat anders is en een eigen benadering meebrengt. ‘Tussendoor heb ik even rust nodig want  ieder gesprek is weer een nieuwe wereld waar ik in binnen stap. En ik wil niet steeds dezelfde dingen zeggen’.

Ze houdt van de kleuren van de roze en paarse bloemen die ik heb meegenomen en weet zelfs hun naam: lathyrus. En ik geef haar de mister Motley waarin werk van Christiaan Bastiaans is gepubliceerd. ‘Ik lees veel maar dan romans en boeken over filosofie. Ik ben niet zo gewend aan deze kunsttijdschriften. Mooi formaat.’

Heeft u een speciale band met hedendaagse kunst? 

Nee, Ik heb een speciale relatie met de wereld waar we in leven, en dat is hedendaags. Kunst is de reflectie op wat er in de wereld omgaat. Het werk van Christiaan gaat over deze wereld. Ik wist eerst niet zoveel over zijn achtergrond maar na het lezen van de tekst in de catalogus begrijp ik meer, over zijn veelkleurige culturele afkomst, zijn moeder, zijn vader en de periode van kolonisatie. Over zijn zoektocht, de manier waarop hij rondtrok en weer verder ging. De tocht door Nieuw Guinea die die zijn vader als spion voor de Nederlandse geheime dienst  maakte in 1944 en die Christiaan opnieuw ondernam maar dan in tegengestelde richting, in een poging om het te begrijpen. En ook al vindt hij niets, toch vindt hij iets want als je met zoveel nieuwsgierigheid op zoektocht gaat dan kom je altijd met iets bijzonders thuis. Het gebaar om een werk te maken en het dan vervolgens in brand te steken en achter te laten, en weer door te gaan, dat vind ik moedig.

Christiaan is zo betrokken bij de vaak moeilijke omstandigheden waaronder mensen moeten overleven. Tijdens zijn reizen naar oorlogsgebieden tekent hij om vast te leggen en te denken en daar ligt de bron van de film Club Mama Gemutlich.

Denkt u dat kunst een speciale rol heeft in relatie tot deze wereld?

Tijdens deze gesprekken vandaag dacht ik over wat nu de schoonheid van kunst is. Kunst is niet militant, politici zijn militant, politici doen dingen, zeggen dingen, en vertellen mensen wat goed voor hen is. Kunstenaars doen dat niet, die volgen. Christiaan volgt zijn vader, en in plaats van de dingen op een grove manier te tonen, zoals we dat op foto’s en televisie zien of in documentaires die de oorlogen volgen, met dode lichamen, huilende vrouwen en hongerende kinderen, heeft hij een manier van zeggen in zijn sculpturen, we noemen het sculpturen, die juist de lichamen doet verdwijnen en hen zo aanwezig laat zijn, juist in hun afwezigheid. Het is alsof je hun ziel, hun pijn en de schoonheid op hetzelfde moment ervaart, zelfs in de meest donkere gedaanten; die donkere figuur dat is zeker een strijder, misschien is hij een van de moordenaars, dat is mogelijk. Een van de silhouetten heeft kleine zakjes hangen op de schouders, een ander iets wat lijkt op een geweer, we zien figuren granaten dragen, om zichzelf te doen exploderen om zo andere mensen te kunnen doden. Toen ik die verschijningen, zoals Christiaan ze noemt, bekeek en wat rondliep door de expositie maakte een van die figuren een kleine beweging en ineens was er een immense grote figuur in zwart en wit, die in de ruimte bewoog waarvan ik vervolgens de voorkant zonder een gezicht zag. Zo indrukwekkend.

It is so provocative.

Misschien zullen sommige mensen het werk afwijzen omdat het niet figuratief genoeg is, maar sommige mensen willen het gewoon ook niet begrijpen. Maar als je je gevoel opent dan zie je schoonheid. Het bevat een stilte die levend is, niet rigide als een kadaver maar een bewegende stilte. 

In de film speelt Jeanne Moreau La Vivre, een vrouw die middels de doventaal communiceert en zo heelt en troost brengt. Hoe was het om in stilte te acteren?

Ik acteerde niet, ik volgde slechts de gebaren, ik dacht niet na over het karakter, dat doe ik nooit. Christiaan gaf ons voortdurend het gevoel dat we het spel in onze macht hadden, hij voelde aan wat we als acteurs nodig hadden. Ook de andere spelers, ook al spraken ze niet, waren betrokken, aanwezig en gelukkig. Er was geen sprake van geduld of ongeduld, het was betoverend.

Was het anders om in een kunstproductie te spelen dan in een speelfilm?

Een film kan natuurlijk evengoed een kunstwerk zijn maar daar heb je altijd een verhaal van begin tot het eind. Soms begin je met spelen in het midden van de vertelling en eindig je met het begin. Maar er is een constructie en dus moet je voortdurend voor ogen houden in welk deel je bent.  Het spelen neemt  zo’n zes tot acht weken in beslag. Het is heel anders. Mama Gemutlich was niet zozeer een uitdaging maar meer een open verwachting. De opnamen vonden in totaal vier dagen plaats en op dat moment ontdekte ik het materiaal dat hij gebruikte, ik zag de jurk en ontdekte welke make-up Christiaan in gedachten had. Ik vond het prachtig, ik was in voor alles. Het hele proces verliep stapsgewijs. Ik ontmoette Christiaan in januari en we hebben als eerste de stem, de voice over, ingesproken in Parijs. Ik wist niet  hoe het zou worden, met de andere stemmen en de enscenering. De film heb ik nog niet gezien.

Wat voor een regisseur is Christiaan Bastiaans?

Hij vertelde me over de gebaren en hoe hij het wilde, I was just obedient. Hij is een speciaal persoon en een groot kunstenaar. Weet je, sommige kunstenaars zijn groots maar onaardig, dat gebeurt. Er zijn grote schrijvers en soms verzucht je dan, ik wou dat ik hem had ontmoet had, maar anderen reageren dan met: wees maar blij van niet. Het is ook een persoonlijk iets dat per keer anders kan zijn. Ik ben ervan overtuigd dat Picasso naar sommige mensen heel charmant is geweest en verschrikkelijk voor anderen. Christiaan is een heel dierbaar persoon.

Wat deed u besluiten om mee te doen aan deze productie?

Dat kwam door zijn aanwezigheid, toen ik zijn ogen zag. De energie in dat kleine lichaam, en dan bedoel ik de fysieke energie. Christiaan stuurde me een boek over het stuk dat hij in Japan had gedaan, en dat sprak me enorm aan, ik ben gevoelig wat betreft Japan, ik kom daar al sinds 1960, werk er geregeld en heb er veel vrienden. We hebben samen veel gemeen, Pasolini, Fassbinder, en een schrijver als Mallarme.

In Les Valseuses is het ook een oudere dame die de wereld zachter maakt. Is het makkelijker om troost te brengen als je ouder bent, maakt ervaring je milder?

Jeanne Moreau is het echter niet eens met deze vergelijking:  In Les Valseuses gaat het om een echt persoon in de echte wereld, dat is anders.  La Vivre, brengt troost in de wereld maar misschien is ze niet echt, misschien is niemand in Club Mama Gemutlich echt, misschien is het een dagdroom. Het is ook niet surrealistisch, het is een kunstwerk zonder enige context, totaal op zichzelf. Dat is waarom het zoveel oproept. Het  is absurd, een absurditeit die de andere kant laat zien, a world in itself. Het is als muziek, het heeft een bezwerende werking.

En Christiaan heeft u een beetje betoverd?

Ja en ik ben blij dat hij dat deed, dat is wat ik verwacht van mensen, het voedt mijn leven, het maakt mijn nieuwsgierigheid wakker.

Hanne Hagenaars, hoofdredacteur mister Motley


De film "club Mama Gemutlich' staat centraal in de gelijknamige tentoonstelling in het Kröller-Müller Museum (van 30 oktober 2009 tot en met 21 februari 2010)

zaterdag 31 oktober 2009

Mat Collishaw in het Freud Museum






Al jaren lang was ik van plan om het Freud Mueum in Londen te bezoeken en de beroemde sofa eens met eigen ogen te bekijken en op een herfstige dag in oktober kwam het er dan eindelijk van. Als mooi extra was daar de expositie van Mat Collishaw, de laatste in een serie waarin James Putnam hedendaagse kunstenaars uitnodigde om installaties werk te maken voor deze plek. Sophie Calle, Tim Noble & Sue Webster en Sarah Lucas gingen hem voor. Mat Collishaw nam als uitgangspunt een prent die boven de sofa van Freud hangt waarop de neuroloog Charcot een hysterische vrouw toont aan zijn studenten. Freud werkte in 1886 een aantal maanden met de Franse neuroloog Jean Martin Charcot samen en was onder de indruk van zijn radicale denkbeelden. Charcot gebruikte hypnose om mensen van hun geestesziekten te genezen en beweerde dat niet alleen vrouwen maar ook mannen aan hysterica konden lijden. Freud  bracht deze denkbeelden mee terug naar Wenen maar dat kreeg weinig bijval. Hypnose zag men als oplichterij en hysterie was een vrouwenziekte, het woord is immers afgeleid van het Griekse woord voor baarmoeder. Mat Collishaw plaatste boomstronken in de studeerkamer van Freud waar de platenspeler die erin is verwerkt bedwelmende vogelgeluiden laat horen. In de slaapkamer van Anna, de dochter van Freud en gespecialiseerd in kinderpsychologie staat een zoetroop en in het trappenhuis hangt een foto van een kwetsbare beschadigde vlinder.

Freud vluchtte in 1938 voor de Nazi’s uit Wenen en woonde de rest van zijn levensjaren in dit huis in Hampstead. Met hulp van invloedrijke vrienden lukte het hem om zijn meubels, boeken en kunstcollectie mee te verhuizen en zo kreeg zijn studeerkamer dezelfde sfeer als in de Berggasse in Wenen. Na zijn dood bleef zijn dochter Anna er wonen en zij liet de kamers van haar vader intact. Na haar dood in 1982 werd het huis een museum waar nu dagelijks mensen uit de hele wereld door de gangen schuifelen om de sfeer te proeven waarin Freud zijn ideeën ontwikkelde.

Hanne Hagenaars, hoofdredacteur mister Motley

Mat Collishaw in het Freud museum