zondag 13 december 2009

De betovering van lijsten, Umberto Eco








In 1999 schreef ik voor Metropolis M het artikel ‘Lijstjes als toverformules’*, over mijn fascinatie voor opsommingen: boodschappenlijstjes, de droge notities van de conceptuele kunst, lijstjes met ‘to do’, het rijtje met ‘wat mieren lekker vinden’ van mijn zoon, boeken die je nog wilt lezen of echt moet lezen en nog veel meer. Dus toen ik in de boekwinkel ‘De betovering van lijsten’ van Umberto Eco zag liggen kocht ik het onmiddellijk. Ik ontdekte dat het boek verbonden was met het thema van opsommingen waarmee Eco zich een jaar lang in het Louvre bezig houdt (Vertige de la Liste). Dus hup in de auto op weg naar Parijs. Vlak voor we de stad binnenreden belde een vriend me op met een vraag over de bierpullen voor ons Tiroler thema diner.  Toen hij hoorde waar ik was en waarom, lachte hij meelevend en vertelde over een staking van de suppoosten in Parijs: het Louvre was dicht. Wat dan?, ‘s morgens naar de vlooienmarkt en ‘s middags galeries kijken en rondlopen. 

Dwalend door de stad werden stonden we opeens oog in oog met een soort wandelend lijstje: mensen droegen gele houten borden met daarop namen van allerlei ziekten. In een lange stoet met clowns, muziek en ballonnen trok een onafzienbare hoeveelheid onbekende aandoeningen voorbij. De tocht wilde aandacht vragen voor de ‘Maladies Rares’, de zeldzame ziekten. In Frankrijk wordt een ziekte als ‘rare’ beschouwd als maximum 1 op de 20.000 inwoners deze ziekte heeft. Voor een ziekte die slechts een handjevol mensen treft wordt niet zo snel een groots onderzoek opgezet, dus is er voor deze mensen minder aandacht en minder vooruitgang. Ik was verbijsterd door de lengte van de optocht, de hoeveelheid zeldzame ziekten. Maar zelfs bij dit droevige onderwerp werkte de betovering van een reeks woorden: ieder rijtje geeft zicht op het oneindige, als hap uit het grote geheel. Sommige ziekten hadden prachtige namen, als kleine dichtregels: een woord kan een  hele wereld oproepen die mooier is dan de realiteit. Bij Maladi des Yeux des Poisson, wat een verrukkelijke naam, zie ik geen koude vissenogen voor me maar eerder een mooi gezichtje met ietwat scheve bruine ogen. De realiteit van de ziekte geeft vast een ander beeld, op internet kwam ik alleen een vervormde voet in een open sandaal tegen. Het was geen Breugheliaanse stoet die voorbijtrok, allemaal vrolijke mensen aan wie niets bijzonders te zien was, af en toe een rolstoel. Steeds vroeg ik me af of de persoon die het bord droeg ook die ziekte had, of misschien meeliep voor een ander. Nooit eerder had ik een bewegende lijst woorden gezien. Deze opsomming was minstens even ontroerend als de lijstjes woorden van Perec. Mijn fascinatie voor lijstjes begon met het lezen van de boeken van Georges Perec. In Espece d’Espace (Ruimten Rondom) noteert hij een rijtje woorden om een verhuizing weer te geven. En het mooie van zo’n rijtje is dat je de beelden er zelf bij verzint. In het geval van Perec  had  ik het idee dat het observeren en droog noteren te maken had met zijn achtergrond  als Joods kind wiens  ouders waren weggevoerd in de oorlog. Het was alsof hij daarna de wereld liever op een afstandje bekeek dan dat hij eraan deelnam. Hij maakt een opsomming van alle bedden waarin hij ooit heeft geslapen, een zeer precieze beschrijving van de straat waar hij ooit als kind woonde. Van alle voorwerpen die op zijn bureau staan. En al die droge lijstjes ontroeren meer dan  een smeuïge beschrijving. Het heeft iets van een terugtrekkende beweging,  de emotie bonkt tegen de woorden aan. De verbeelding krijgt vrij spel, en zorgt voor een verbintenis tussen jou en de rij woorden, juist omdat het zo open is oningevuld.

Maladie Mitochondriales

Syndrome d’Alport

Syndrome de Schinze;

Schwannome malin

Kearns-Sayre syndrome

Sclerose Tubereuse de Bourneville

Anemie de Blackfan_Diamond

Maladie de Strumpell-Lorrain.

Maladie des yeux des Poisson

Maladie de Wagner

Syndrome de Kabuki

Kerion de Celse

Syndrome de Kenny

Oto facio

Maladie d’ Ollier

Exstrophie du Cloaque

Gelukkig gingen op zondag de deuren van het Louvre voor een dag open. De rij van meer dan twee uur wachten kon ik omzeilen met mijn perspas. In een propvol Louvre bezocht ik de kleine expositie ‘Mille e Tre’, een titel die refereert aan opschepperij van Don Juan over de hoeveelheid meisjes die hij in Spanje had verleid.

Morgen meer over de tentoonstelling.

(*Metropolis M, nummer 6 1998-1999)

Hanne Hagenaars, hoofdredacteur van mister Motley

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen