zaterdag 24 oktober 2009

Sophie Calle



Miijn ontmoeting met Sophie Calle. 

Zonder enige ervaring hadden we toch maar mooi twee documentaires gemaakt waarvoor we bijvoorbeeld Grayson Perry en Yinka Shonibare hadden gesproken. We werden overmoedig. In ons volgende project over ‘persoonlijke systemen’ willen we het hoogste bereiken en onze idool Sophie Calle filmen. Bij taartenbakker Abel laten we de mooiste taart denkbaar maken; met bovenop een foto waarin Calle te midden van opgezette dieren op bed poseert en verder turkooizen versiersliertjes en roze. Een echte fantastische sleezy cake. Ik zet de taart op de achterbank van de auto en we gaan op weg naar Parijs om de taart af te geven bij haar galerie. Een modieuze assistente neemt de taart in ontvangst, ik schrijf er nog een briefje bij en het boekje waarin we het plan voor de film uitleggen. Daarna nooit meer iets van gehoord.

Tijdens de afgelopen Frieze in Londen is er ook de opening van de expositie van Sophie Calle. Het begint met een openbaar interview en ik zit helemaal vooraan op de grond, met een pen en een opschrijfboekje. Ik zie mijn idool van de zijkant, vooral haar arm die net als mijn arm een beetje lubbert. De vragen zijn grotesk lang en de antwoorden kort en grappig en simpel. ‘Haar vader verzamelde conceptuele kunst, haar moeder hield van spelletjes. De eerste keer dat ze in een museum kwam was om haar eigen werk tentoon te stellen. ‘Ik spreek een vreemdeling aan vanuit vertrouwen en zij belonen mij daarvoor’. ‘Als je mensen iets vraagt waar ze op voorbereid zijn, dan zeggen ze nee, vraag je echter iets onverwacht dan zeggen ze ja. Zoals bijvoorbeeld of ze in mijn bed willen slapen. It is all about absence.’

Ze draagt zwarte kousen en zwarte pumps en een zwarte jurk met  een patroon van cirkels in rood, wit en blauw. Ik kijk naar haar en probeer me een idee te vormen of ze nu aardig is of niet. Na de lezing lopen mensen op haar af en ik maak een foto vanuit de verte. Ik zie dat iemand recht voor haar gaat staan en haar gewoon in het gezicht flitst. Of ze haar handtekening wil zetten in de catalogus. Ze is een ster. Ze loopt nu in mijn richting en in een split second besluit ik me als een fan te gedragen. Ik maak een foto. Ik spreek haar aan en  leg uit over de taart en vraag of ze die wel ooit heeft gekregen. ‘Uh, wat?” ‘Uh Ja, ik geloof van wel.’ ‘Maar als je hem gekregen hebt dan herinner je je dat zeker, de taart was prachtig, die vergeet je niet.’ ‘Ja, ja ik heb hem gekregen’, zegt ze. Ik heb geen catalogus, alleen een grote folder in mijn handen. Wil je  mijn folder signeren? ‘Waarom moet ik dat doen?’ ‘Voor mij …’  Dan weet ik het niet meer, ‘dank je wel’. Terwijl ik met haar praat worden er van alle kanten foto’s gemaakt, nu zwerven er dus in de virtuele wereld foto’s van mij samen met Sophie Calle. Dat is een mooi idee. Nu weet ik zeker dat ze mijn taart nooit heeft gekregen.   Wordt vervolgd.

Hanne Hagenaars, hoofdredacteur mister Motley


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen