donderdag 7 januari 2010

Birds of Prey Rehabilitation Centre, Blijdestroom





Op reis in Zuid Afrika, roofvogels!

Nadat ik een valk met zijn scherpe ogen om zich heen zag loeren in de film Spy Falcon van Laurent Grasso ben ik in de ban van deze vogel. En na ‘Jack’s bird of the day’ (zie vorige blog) is mijn liefde voor alle vogels weer stevig aangewakkerd. In Zuid Afrika cirkelen boven de canyons, savannes en de grote plantagebossen steevast roofvogels, zonder moeite zweven ze mee op de wind terwijl ze af en toe een duik maken naar de grond. Hen kan niets gebeuren, zou je denken, en ik ben dan ook super nieuwsgierig als ik lees over een opvanghuis voor roofvogels. Sterker nog, roofvogels raken niet alleen fysiek gewond maar kunnen ook mentaal beschadigd worden, en in het Birds of Prey Rehabilitation Centre worden ze in beide gevallen opgevangen en opgelapt. Wanneer raakt een roofvogel ‘mentally injured’? In deze vermenselijking van de dierenwereld denk je dan al snel aan psychologisch lijden zoals wij dat kennen, vernederd worden door een mus, of uitgejouwd door een papegaai.

Het rehabilitatiecentrum ligt ten noorden van Johannesburg, zo’n 100 km van het plaatjes Graskop in Blijdestroom. De meeste vogels komen daar terecht na een aanvaring met een auto, meestal breekt dan een vleugel maar sommige dieren zijn er blind door geworden. Ze leven in vierkante hokken van gaas en hout tot ze kunnen worden vrijgelaten en krijgen daartoe iedere dag vliegoefeningen, een echt verpleeghuis dus. Ook is er een ‘Bleeksing’ valk, die in zijn voet is geschoten en voor altijd in het centrum moet blijven. De Black Eagle is zo’n vogel die mentaal beschadigd is, hij vliegt perfect maar doordat hij is opgevoed door mensen kan hij niet meer als een vogel leven, hij kan niet meer terug naar een vrij leven. Juist deze vogels kunnen agressief zijn naar mensen omdat ze hen als gelijkwaardig zijn gaan zien en daardoor als concurrenten. Mogelijk is de vogel uit het nest gevallen of langs de kant van de weg gevonden en vol goede bedoelingen door mensen gered en meegenomen. Maar verloren als echte vogel.

Het centrum wordt geleid door de twee Engelse heren, Mark en Mark, die in de gids als ‘witty’ worden omschreven. Twee maal per dag geven ze een zeer geroutineerde show waarbij de informatie wordt versneden met grappen over schoonmoeders en vrouwen die de broek aan hebben. Iedereen moet hard lachen alleen ik zit erbij met een geforceerde zure lach, ik wil de pret liever niet bederven maar Borat is er niets bij. Wel is het spectaculair als de roofvogels voortdurend zo laag over het handjevol bezoekers heen vliegen dat je de vleugels door je haren voelt strijken.

De valk Mathilda is de eerste in de show, ze is in het centrum geboren. Na Mathilde komt Adelaar Tony, hij is als baby uit het nest gevallen en naar het centrum gebracht. Daar proberen ze hem nu weer te leren vliegen. Het is vreemd om zo’n groot, wat beangstigend beest te zien die nauwelijks kan vliegen, zo snel mogelijk zoekt hij een paaltje op en kijkt naar ons. Adelaars zijn luie beesten, ze volgen andere vogels en pakken het voedsel al in de lucht af. De vogel is gigantisch, een enorme spanwijdte en kromme snavel. Toch weegt zo’n groot beest niet meer dan twee en halve kilo, het is al veren en holle botten. Als laatste in de show is uil Mojo, 9 jaar oud. Een Kaapse Uil in camouflagekleuren die zich mengen met de kleuren van de rotsen. Zijn ronde oranje ogen kijken me leeg aan als hij over mijn hoofd scheert.

De Mark die ik later sprak werd als 12 jarige al meegenomen naar het valkenieren in Engeland, een hobby die hij deelt met de rijken der aarde, met de sjeiks in het Midden Oosten, the sport of kings. Tijdens een reis naar Zuid Afrika ontmoette hij de andere Mark van het centrum en binnen een half jaar had hij zijn baan als elektrisch ingenieur omgeruild voor het gedeelde directeurschap van het vogelopvangcentrum.

Hanne Hagenaars, hoofdredacteur mister Motley

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen